Jacco’s Verhaal

Jacco01

* Waarschuwing!!! Bevat spoilers voor Drägan Duma – Zij Die Hoort!!!*

Het onderstaande verhaal loopt parallel met sommige gebeurtenissen in Drägan Duma – Zij Die Hoort, het eerste deel in de Drägan Duma serie, maar dan geschreven vanuit Jacco. Veel plezier en laat vooral in de reacties weten wat je ervan vond! 🙂

zeimusu_Swash_ornament

Door de ogen van Jacco

Zon! Eindelijk zon! Zodra ik mijn ogen open en de aarzelende lichtstraaltjes door de gordijnen zie gluren, ben ik in één klap klaarwakker. Ik spring uit bed en trek de eerste de beste spijkerbroek aan die ik uit mijn stapel kleding kan vissen. Voorzichtig snuffel ik aan mij T-shirt. Mwah, dat kan nog wel een dag! Dan hoef ik niet nu al mijn nieuwe kleding vuil te maken. Met mijn vingers kam ik door mijn warrige krullenbos in een poging om het minder warrig te krijgen, poets dan snel mijn tanden en stuif vervolgens de trap af naar de keuken. Nina kijkt op van de pot thee: ‘Kun je niet een klein beetje zachter doen, Jacco? Het is nog vroeg!’ zegt ze vermanend. Schuldbewust kijk ik haar aan. In mijn enthousiasme vergeet ik nog wel eens rekening te houden met anderen. Tenminste, dat is hoe Nina het me heeft uitgelegd. ‘Sorry,’ mompel ik dan ook. Ze geeft me een aai over mijn bol en drukt een beker thee in mijn handen. ‘Probeer gewoon af en toe na te denken voordat je wat doet, oké?’ vraagt ze vriendelijk en troont me mee naar de eettafel. Thee met Nina is elke ochtend vaste prik. Even een rustmomentje voordat de dag begint, zegt ze altijd. Ik moet toegeven dat ik er van kan genieten, zo’n rustmomentje. Het is altijd chaos in mijn hoofd. Duizenden gedachten zwermen tegelijk rond en strijden om gehoord te worden. Misschien dat ik daarom de aandachtspanne van een kolibrie heb. De enige manier om alles een beetje onder controle te houden is structuur. Vaste taken op vaste tijden, dat helpt. Niet altijd, maar vaak wel. Nina heeft dat uitgevonden. Bij haar voel ik me dan ook altijd op mijn gemak, alsof ze magisch is of zo. En Jill, zij is ook lief. Al wil ze dat niet laten merken en doet ze altijd wat afstandelijk en nors. Soms kijkt ze naar me met een vreemde blik in haar ogen. Een beetje verdrietig, vind ik altijd. Maar als ik ernaar vraag, schudt ze altijd haar hoofd, glimlacht scheef naar me en zegt dat ik haar aan iemand van vroeger doe denken. Ik vraag nooit verder. Dat is een ongeschreven regel hier: niet doorvragen over iemands verleden. Want een roerig verleden hebben we allemaal.

De deur valt met een klap in het slot als ik hem per ongeluk te hard dichttrek. Oeps! Snel kijk ik om me heen. Mijn vader is gelukkig niet in de buurt. Hij heeft me al honderd keer gewaarschuwd dat ik rustig moet doen. Helemaal nu. Sinds papa en mama uit elkaar zijn kan hij maar weinig herrie verdragen. Eigenlijk kan hij helemaal niets verdragen. Hij sluit zichzelf steeds op in de schuur of in zijn slaapkamer en heeft een rare blik in zijn ogen. Ik mis mama ook, maar ik weet zeker dat ze weer bij ons terugkomt! Huppelend gooi ik in het voorbijgaan mijn schooltas onder de kapstok en ga op zoek naar mijn vader.  Hij is niet in de woonkamer. Ook niet in de keuken. Zou hij zich weer in zijn slaapkamer hebben opgesloten? Dat zou kunnen, want hij verwacht me nog niet thuis. Normaal heb ik op woensdagmiddag altijd judo, maar dat gaat vandaag niet door want de meester is ziek. Ik kijk op de klok, kwart voor één. Om één uur komt Mariska, onze hulp in de huishouding. Ik ken haar niet zo goed omdat ze meestal net weggaat als ik thuiskom van judo, maar ze lijkt me wel aardig.  Ik klop op de deur van mijn vaders slaapkamer. ‘Pap?’ Geen reactie. Ik klop wat harder. Nog steeds niets. Aarzelend kijk ik naar de zoldertrap. Zou hij boven zijn? ‘Pap, ben je op zolder?’ roep ik vragend. Met mijn hand op de leuning en mijn voet zwevend boven de eerste trede wacht ik op antwoord. Ik houd niet van de zolder. Het is er donker en ruikt naar oude spullen. Maar mijn vader is boven, ik weet het bijna zeker. En dus loop ik de trap op die krakend protesteert.  Mijn hand aarzelt even voordat ik het luik open. Er klopt iets niet. Ik kan het voelen. Angstig kruip ik door het luik en laat mijn ogen wennen aan de duisternis. Dan schreeuw ik het uit van schrik en ontzetting.

Ik wrijf over mijn ogen om het beeld van mijn vader, bungelend aan een touw, van me af te schudden. Hoewel hij niet mijn biologische vader is, is hij de enige papa die ik ooit heb gekend. Ik ben wat je noemt ‘een vondeling’. Nou ja, dat was ik. Voordat ik ‘een pleegkind’ werd. En nu weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik ben. Een wegloper? Een kraker? Ja! Een kraker klinkt wel stoer!

‘Jacco? Wat dacht je ervan om naar het strand te gaan vandaag?’ Nina’s vraag haalt me uit mijn gedachtenbrij. ‘Ja! Dat is een goed idee! Zullen we Virola en Jill meevragen?’ roep ik. Nina trekt een gezicht. ‘Ik denk niet dat Virola zin heeft om mee te gaan, maar je kan het proberen.’ Gelijk spring ik overeind en storm naar Virola’s slaapkamer.

‘Virola! Heb je zin om met ons…’ Voordat ik mijn zin kan afmaken brult Virola: ‘Nee! Ik ga vandaag helemaal nergens heen!’ Oké, dan niet. Het is waarschijnlijk toch veel gezelliger om met Nina en Jill te gaan en die mopperpot thuis te laten. Zonder te kloppen duik ik Jills slaapkamer binnen. Ze slaapt nog. Hoe kan dat? Ze moet wel heel erg moe zijn, als ze door Virola’s gegil heen slaapt. En ik ben ook niet heel erg zachtjes geweest. Nou ja! Het is tijd voor haar om wakker te worden! ‘Jill! Jill! Wordt nou wakker!’ roep ik. Haar grijze ogen openen langzaam en ze kijkt me wazig aan. ‘Wattisser?’ vraagt ze slaperig.

‘Nina heeft een geweldig idee! Het is heerlijk weer, dus we gaan naar het strand! Jij, Nina en ik! Virola wil niet mee!’ roep ik opgewonden. Jill moet lachen, ook al weet ik niet goed waarom. Het is een prettig geluid. Ze lacht niet zo vaak. Dan betrekt haar gezicht. Ze lijkt opeens verdrietig. Ik raak ervan in de war.

‘Wil je niet met ons mee naar het strand, Jill?’ vraag ik smekend.

‘Tuurlijk wel, Jacco. Laat me alleen even wakker worden en mijn spullen pakken, oké?’

Ik lach naar haar en storm de kamer weer uit. Als ik de trap afren, hoor ik Virola vloeken. O ja, zachtjes doen.

zeimusu_Swash_ornament

Het is heerlijk op het strand! We zwemmen, lachen en bouwen een onwijs groot zandkasteel. Al doet Jill het meeste werk, maar ik heb het bedacht! Nina heeft een heerlijke lunch gemaakt en ik eet tot ik zo wat uit elkaar plof. Terwijl Jill heel saai een boek gaat lezen, ga ik met Nina schelpen zoeken. Ik snap echt niet wat ze daar nou zo leuk aan vindt. Films zijn veel leuker! Maar Jill kan niet tegen enge films, daar krijgt ze nachtmerries van. Al vind ik persoonlijk dat de voorkant van een aantal boeken die ze leest er enger uitzien dan welke film dan ook. De boeken met draken en tovenaars op de voorkant vind ik wel mooi. Eigenlijk ben ik te oud om nog in magie en zo te geloven, maar soms droom ik dat ik kan toveren. Een beetje kinderachtig misschien, maar stel je toch eens voor… Wauw! Een krab! ‘Nina, kijk!’ roep ik en ik wijs naar het vreemde beest dat zijwaarts van ons wegloopt. Het roodharige meisje loopt geïnteresseerd naar de krab toe om hem te bekijken. Ik loop een paar stappen achter haar aan en blijf dan staan om de mooi gekleurde schelpen voor mijn voeten op te rapen.

Veel te snel is de dag voorbij en fietsen we weer naar huis. Jill lacht en ik ben blij dat ik haar fietsband heb geplakt. Ze lijkt vandaag vrolijker dan anders. Al is ze soms zo ver weg met haar gedachten dat ze niet eens hoort dat ik tegen haar praat. Ik ben benieuwd waar ze allemaal aan denkt. Nina duwt de voordeur open en we proppen onze fietsen in de gang. Samen lopen we de woonkamer binnen terwijl Jill me een aai over mijn bol geeft. Ook daar ben ik eigenlijk te oud voor, maar van haar vind ik het nooit erg. Het is stiekem wel prettig. Vooral als ze erbij glimlacht. Virola, die op ons zit te wachten, glimlacht echter niet. Geen idee wat haar nu weer dwars zit. Misschien had ze toch liever mee naar het strand gewild. Ik pak mijn tas uit om de natte spullen op te hangen. En plotseling begint Virola tegen mij te schreeuwen: ‘Waarom heb je mijn handdoek gepakt, Jacco? Jij kleine rotzak! Ik heb gezegd dat je van mijn spullen af moet blijven!’ Ik kijk haar geschrokken aan. Ze stormt op me af en ik doe een stap achteruit.

‘Mm…maar, ik wist niet dat die blauwe van jouw is, Virola. Het spijt me, ik zal hem wel voor je wassen, goed?’ stamel ik.

‘Nee! Dat is helemaal niet goed, etterbak! Je moet van mijn spullen afblijven!’ Ze grijpt me bij de voorkant van mijn T-shirt en duwt me hard naar achteren. Met een smak beland ik op de grond en steek mijn armen uit om mezelf te beschermen. Dan klinkt er een donderslag door de kamer en zie ik met open mond van verbazing hoe Virola naar achter vliegt en tegen de muur van de woonkamer aan klapt. Verbijsterd kijk ik opzij naar Jill en Nina. Jill staat met haar hand geheven, haar gezicht vertrokken van woede. En haar handpalm gloeit! Als haar ogen die van mij ontmoeten, slaat haar boosheid om in schrik en schaamte. ‘Jill, wat…’ begin ik aarzelend.

‘Niet nu, Jacco, laat me nadenken’.

Ik zwijg en staar naar de plek waar Virola op de grond ligt. Is ze… ? ‘Alleen maar even van de wereld, die komt wel weer bij,’ hoor ik Nina zeggen. Ik sta op. Jill mompelt iets wat ik niet kan verstaan. Buiten klinkt een harde plof en mijn oren tuiten van het keiharde gebrul en gekrijs dat volgt. Wat is dat? Jill loopt naar het raam en ik volg haar op de voet. Angstig kijk ik langs haar heen en ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Nee, dat kan niet! Dat is onmogelijk! Buiten vecht een gigantische draak met een aantal kleinere draken. Of nee … Ik geloof dat die kleinere beesten geen draken zijn. Of misschien een ander soort. Ze zien er in ieder geval anders uit dan de grote draak die … die een man op zijn nek heeft! Een grote man met felrood haar zoals dat van Nina! De grote draak brult zo hard dat ik mijn handen voor mijn oren sla, waarna die één van de kleinere draken een klap met zijn staart geeft. De man schiet met vuur uit zijn handen. Magie! Droom ik?

Vlak voordat de kleinere draken in het niets lijken te verdwijnen, kan ik nog net de berijders op hun rug zien. Geen mensen. Monsters! Jill botst tegen me op als ze achteruit deinst. Ik weet met moeite overeind te blijven.

‘Jill? Wat is dat daar buiten?’ vraag ik terwijl de tranen in mijn ogen springen. Ze kijkt me even twijfelend aan, schudt dan haar hoofd en zegt met kordate stem: ‘Nina, Jacco. Pak jullie spullen. Alleen wat je echt nodig hebt. We gaan.’ Vol ongeloof staar ik haar aan. We gaan? Waarheen dan? Maar de blik in haar staalgrijze ogen zorgt ervoor dat ik in beweging kom en mijn tas van de grond gris. Ik sprint naar mijn kamer, grijp een stapel kleding en prop het in mijn tas. Dan blijf ik besluiteloos staan. Alleen wat je echt nodig hebt. Ik heb werkelijk geen idee wat ik echt nodig heb. Ik weet niet eens waar we naartoe gaan! Mijn tandenborstel misschien? Wie weet moeten we ergens blijven slapen of zo. Ik pak mijn tandenborstel, mik ‘m in mijn tas en storm weer naar de woonkamer.

‘…niet in de steek, Rune. Zeker niet nu de Morbiden ons kunnen vinden,’ zegt Jill tegen de vreemde man die in onze keuken tegenover haar staat. Hij ziet er woest uit, maar Jill lijkt niet bang voor hem te zijn. Nina komt naast me staan en ik pak haar hand vast. De woeste man kijkt me recht aan en ik huiver. Hij ziet er heel boos uit. Jill kijkt over haar schouder en zucht terwijl ze op ons afloopt. De boze man draait zich om en loopt naar buiten. ‘Kom op’, zegt Jill tegen ons en sjort aan Virola om haar overeind te krijgen. Dat zal niet meevallen, Virola is een stuk groter en zwaarder dan wij. Ik steek net mijn armen uit om haar te helpen, als de woeste man terug komt en Virola zonder enige moeite met één hand over zijn schouder gooit. We volgen hem naar buiten. Nina slaakt een kreetje en ik kijk op. Een kreun van schrik rolt over mijn lippen. Op het grasveld aan de overkant van ons huis staan drie enorme… draken!

Jill pakt Nina en mij bij de hand en loopt naar de draken toe. Mijn lip begint te trillen. De beesten zijn enorm en kijken ons gemeen aan. Bij een komt zelfs rook uit de neusgaten en ik ben ervan overtuigd dat we ofwel worden opgevreten, of levend worden verbrandt. Ze draaien met hun ogen en zwaaien met hun staart. Een jongeman met donker haar pakt me bij mijn schouder en dwingt me in de richting van een groene draak. ‘Ik ben Jordian. Wees maar niet bang, Sherfaroth doet je niks. We moeten snel weg hier. Later leggen we het je uit,’ zegt de man haastig. Ik kan niks anders dan snikken en bibberen terwijl hij Nina en mij de groene draak op helpt. Zijn schubben zijn glad en voelen warm aan. Vreemd. Ik had gedacht dat draken koud aanvoelen. Verbijsterd schud ik mijn hoofd. Hoe kan ik nou verwachten dat draken op een bepaalde manier aanvoelen? Het zijn fantasie dieren! De grote, zilverkleurige draak gromt, waarna de draak waar ik op zit met een ruk de lucht in springt. Nina slaat haar armen om mijn middel. ‘Houd je goed vast!’ schreeuwt de man die achter Nina zit. Ik grijp me aan één van de stekels in de nek van de draak vast. Mijn maag draait zich om als we omhoog schieten. De groene draak slaat met zijn vleugels en ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik ben ervan overtuigd dat ik in een nachtmerrie ben beland. Straks word ik wakker en is alles weer normaal. Dan word mijn lichaam fijn gedrukt…

zeimusu_Swash_ornament

Trillend loop ik de kamer in waar de man, die zich heeft voorgesteld als Jordian, me naartoe heeft geleidt. Ik schud mijn hoofd als hij vraagt of ik nog iets nodig heb. Er staat medelijden in zijn ogen als hij de deur achter zich sluit. Ik kijk de kamer rond en gooi de tas die ik tegen mijn borst gedrukt heb in een hoek. Dan laat ik me op het bed vallen en druk mijn hoofd in het kussen om een paniekaanval te onderdrukken. Weer uit mijn veilige omgeving weggerukt. Opnieuw zonder dat ik er ook maar iets over te zeggen heb! En dit keer niet zomaar ergens, nee, op een plek met draken en magie. Maar niet alleen dit keer, Nina en Jill zijn er ook. Oh. En Virola natuurlijk…

Ik haal mijn hoofd van mijn kussen en kijk naar Nina die op de enige stoel zit die de kamer rijk is. Ze staart nietsziend voor zich uit. Vertwijfeld vraag ik me af of ik iets tegen haar moet zeggen. Maar dan kijkt ze me plotseling aan, alsof ze mijn blik gevoeld heeft. Ze staat op en komt naast me op bed zitten. Ik leun tegen haar aan om troost te zoeken en ze slaat een arm om mijn schouder. Nina is bij me dus alles komt goed.

Ik denk terug aan wat we hebben gezien toen we hier aankwamen. De eindeloze bergen, schitterende bossen en vooral draken! Eigenlijk is het alsof we in een sprookje terecht zijn gekomen! Misschien is het helemaal zo slecht nog niet om hier te zijn. Geen pleegzorg en geen sociale werksters die over je schouder meekijken. In plaats daarvan draken en magie! Een heel nieuw avontuur. Opgewonden schiet ik overeind als er op de deur geklopt wordt. ‘Binnen,’ roept Nina. De deur gaat open en tot mijn grote vreugde komt Jill onze kamer binnen. Ik spring van het bed terwijl ik haar naam gil en stort me in haar armen. Ze geeft me een knuffel en houdt me dan op armlengte afstand om in mijn ogen te kijken. ‘Wat een fantastische plek is dit, hè? Allemaal draken en ridders! Het lijkt wel een sprookje!’ Verbaasd staart ze me aan en geeft me dan een aai over mijn bol voordat ze naast Nina gaat zitten en vraagt hoe het met haar gaat. Ik zie nu pas dat Nina gehuild heeft. Waarom eigenlijk? Meisjes! Hoofdschuddend ga ik naast Jill zitten.

‘Wat is dit voor plek, Jill? Waarom zijn we hier?’ vraag ik. Jill zucht en vertelt het meest ongelooflijke verhaal dat ik ooit heb gehoord. Blijkbaar zijn we op een parallelle planeet die Drägan Duma wordt genoemd. Een plek waar draken en drakenridders wonen en magie heel gewoon is. Om een lang verhaal kort te maken, we zijn hier omdat Jills vader een drakenridder was en zij er blijkbaar ook één kan worden. Hoe en waarom? Geen idee, maar het klinkt allemaal ontzettend spannend!

‘Dus als ik het goed begrijp zijn we in een andere wereld die Drägan Duma heet. Een wereld van magiërs en … Drägannymarai, en jij wordt opgeleid om een van hen te worden?’ vraagt Nina.

Jill knikt.

‘Dat is zo cool! Kunnen wij ook Drägnym … uhm dat worden?’ vraag ik direct. Een eigen draak om op te vliegen en gevechten mee te voeren, dat is pas gaaf!

‘Nee, Jacco, heb je niet geluisterd? Om Drägannymare te worden heb je bepaalde magische vaardigheden nodig en Jill is de enige met die vaardigheden uit onze wereld,’ wijst Nina me terecht. Voordat ik kan reageren gaat ze verder: ‘Dus de grote vraag is, wat gebeurt er nu met ons? Kunnen wij nog terug?’

Jill schudt haar hoofd. ‘Dat weet ik niet, de leiders moeten daar nog een beslissing over nemen.’

Ik bijt op mijn lip. ‘Ik wil helemaal niet terug. We hebben daar niets, niemand wil ons hebben. Niet echt in ieder geval. Misschien kunnen we ons hier nuttig maken, ook al worden we dan geen Drägannymarai. Jij zou kokkin kunnen worden, Nina! Je kunt fantastisch koken! En ik kan misschien wel wachter of zo worden!’ Nina legt kalmerend een hand op mijn arm. ‘Laten we eerst maar afwachten wat de leiders van de Drägannymarai besluiten. En of we niet gewoon wakker worden in ons eigen bed’, voegt ze er zacht aan toe.

zeimusu_Swash_ornament

De volgende ochtend worden we echter wakker in de Drakenburcht. Ik spring uit bed, wat gemopper van Nina tot gevolg heeft, en loop naar een kom met water om mijn gezicht te wassen. Net wanneer ik mezelf heb afgedroogd, wordt er op de deur geklopt. Zonder op een antwoord te wachten, stapt er een gespierde man de kamer in. Nina slaakt een gilletje en trekt de dekens tot haar neus op. ‘Neem me niet kwalijk,’ zegt de man die op een wachter lijkt, ‘Maar jullie worden in de grote zaal verwacht. Ik wacht op de gang.’ Hij slaat de deur dicht en Nina zucht geërgerd. ‘Ik neem aan dat we straks te horen krijgen wat de leiders over ons hebben besloten. Laten we ons maar snel aankleden.’

Opgewonden loop ik achter de grote man aan door de gangen van de Burcht. Nina blijft wat achter, dus ik grijp haar hand vast en trek haar mee. Onwillig laat ze zich door mij voortslepen. Na een aantal gangen door te zijn gelopen staan we in een zaal verlicht door een enorme kroonluchter en de vele fakkels aan de muren. ‘Wauw!’ roep ik uit. Veel tijd om rond te kijken krijg ik echter niet. De man leidt ons naar een vrouw die bij een lange tafel staat. Ze is mooi, met lang, zwart haar waar zilveren strengen in zitten. Ook heeft ze vriendelijke blauwe ogen. De vrouw knikt naar de wachter die een buiging maakt waarbij hij de vuist van zijn rechterhand tegen zijn hart slaat. Dan draait hij zich op zijn hakken om en laat ons bij de vreemde vrouw achter.

‘Mijn naam is Francinia. Ik ben de leidster van de Drägannymarai van Dragon Stone en verbonden aan de zwarte Romandaleth.’ Oké, behalve haar naam heb ik daar echt geen woord van begrepen. Ik gluur even opzij naar Nina. Die staat de vrouw met grote ogen aan te staren. Zij begrijpt er dus net zoveel van als ik, dat scheelt. Onze vragende blik valt op,  want de dame voor ons spreekt opnieuw: ‘Neem me niet kwalijk, jullie zijn natuurlijk van de Buitenwereld. Ik ben de leidster van de drakenridders die behoren tot deze clan, Dragon Stone genoemd. Dezelfde naam als het dorp waar wij ons bevinden. Romandaleth is de naam van de draak met wie ik verbonden ben. Onze gebruiken worden jullie snel genoeg uitgelegd, dus voor nu is deze informatie voldoende.’

‘Kunnen we niet meer terug naar huis mevrouw?’ vraagt Nina met een klein stemmetje. De vrouw schudt haar hoofd met een spijtige uitdrukking op haar gezicht. ‘Dat gaat inderdaad niet, vrees ik. Vanaf nu is Dragon Stone jullie thuis en verblijven jullie in de Burcht . Nina is het toch?’ Nina knikt kleintjes. ‘Ik hoorde van Jill dat je kunt koken. Heb je daar ook plezier in?’ Het roodharige meisje naast me knikt opnieuw, te nerveus om een woord uit te brengen. Francinia glimlacht, zegt mij te wachten en neemt Nina mee naar één van de gangen, die aan de zaal grenzen. Ik vraag me nieuwsgierig af waar ze naartoe gaan.

Even later is Francinia terug, zonder Nina. ‘Je vriendin gaat in de leer bij Avoxta, de kokkin van de Burcht. Voor jou heb ik iets anders in gedachten. Ah! Daar is je nieuwe leermeester al. Jacco, dit is meester Onaj, de wapen- en zwaardmeester van Dragon Stone.’ Ik draai me om naar de kleine, maar gespierde, man die de zaal binnen loopt. Hij buigt kort voor Francinia voordat hij zich tot mij went. ‘Gegroet Jacco-zoon!’

Ik steek opgewonden mijn hand uit, maar Francinia schudt haar hoofd. ‘Wij benaderen onze leermeesters met gepaste eerbied, Jacco. Plaats je rechterhand in een vuist tegen je hart en maak een buiging.’ Ik trek snel mijn hand terug en groet meester Onaj, die naar me glimlacht voordat hij een hand op mijn schouder legt. ‘Kom, mijn zoon. Laten we ons begeven naar het trainingskamp. Dan stel ik je voor aan jouw broeders.’ We nemen afscheid van de leidster en ik huppel achter meester Onaj aan naar buiten.

Absoluut niets had me ooit kunnen voorbereiden op het dorp waar ik doorheen loop. Van de halfronde keien die de straten vormen en de leuke, stenen huisjes, tot de mensen in vreemde, middeleeuwse kleding en de markt op het plein. Alles lijkt rechtstreeks uit een sprookjesboek te komen. Nieuwsgierig kijk ik uit naar een huisje van snoepgoed of de heks uit Sneeuwwitje.

Meester Onaj ratelt aan één stuk door over de gebruiken op Drägan Duma en hoe de bevolking is onderverdeeld in rangen en standen. Ik luister maar met een half oor want ik heb het veel te druk met alles om me heen. De mensen op straat lopen vrolijk babbelend langs de kraampjes waar vreemde voorwerpen, kleding en etenswaren worden aangeboden. Een stukje verderop is een vrouw bezig met een weefgetouw en lopen kinderen met emmers water. De geluiden van het marktplein zijn zo overweldigend, dat ik in eerste instantie niet doorheb dat meester Onaj het steegje achter de smidse is ingeslagen. Wanneer hij me roept, spoed ik me achter hem aan. Het steegje komt uit op een veld en ik blijf stomverbaasd staan als ik diverse jongens van mijn leeftijd met zwaarden zie vechten. Wow! Gretig leun ik over het hek. ‘Ga ik dat ook leren, meester?’

‘Mhm, als je daar klaar voor bent. Eerst stel ik je aan je broeders voor, daarna mag je laten zien wat je kan.’ Meester Onaj klapt in zijn handen en de jongens stoppen direct met vechten. Ze komen naar ons toe en slaan hun vuist tegen hun hart. ‘Dit is Jacco. Vanaf nu behoort hij tot deze groep. Behandel hem als een van jullie,’ legt meester Onaj simpel uit. Ik mompel een verlegen “hallo”. ‘Maken jullie maar kennis met elkaar. Na de lunch hervatten we de training.’ En daarmee is de kous voor meester Onaj blijkbaar af. De jongens buigen wanneer hij wegloopt en ik probeer hen onhandig na te doen. Dan sta ik alleen met de vreemde jongens die mij nieuwsgierig aanstaren.

‘Hallo, Jacco. Mijn naam is Duno, aangenaam,’ zegt een lange jongen met een donkere huidskleur terwijl hij mijn hand grijpt om te schudden. Dit lijkt een startsein voor de rest van de groep. De jongens stellen zich een voor een voor en al snel duizelt mijn hoofd van hun namen. Vervolgens tronen ze me mee om de wapenkamer en het trainingsveld te laten zien. Met open mond bekijk ik de vele zwaarden, bogen en dolken. Voor ik het weet is het tijd voor de lunch. Als ik mijn mond volprop met lekkere broodjes hoort de groep me uit over mijn leven in de Buitenwereld. Tot Taro, een gespierde jongen van een jaar of vijftien, zegt dat het zo wel genoeg is. Ik glimlach dankbaar naar hem en krijg een knipoog terug. Ik denk dat ik hier wel vrienden kan maken.

zeimusu_Swash_ornament

‘Kijk!’ roept een blonde jongen met stekeltjes. Raktor is zestien en de oudste van onze groep. Ik veeg mijn voorhoofd af en kijk op. Mijn armen branden, dus ik ben blij met deze onderbreking. Meester Onaj is een geschikte vent, maar ontzettend streng en geeft me nu al drie dagen zwaardtraining tot ik erbij neerval. Gelukkig heb ik een goede conditie, maar uiteraard laten mijn vechtkunsten nogal te wensen over. Ik sta mijn mannetje in de man tot man gevechten omdat ik snel kan ontwijken, maar in tegenstelling tot de rest van de jongens heb ik nog nooit een zwaard, dolk of boog in mijn handen gehad. Toch zegt meester Onaj dat ik talent heb. Ik volg Raktors uitgestoken vinger maar zie niets bijzonders. Alleen een groep meisjes dat giechelend door de steeg in de richting van het plein loopt. Meisjes, jak! Tot mijn verbazing beginnen de andere jongens te fluiten en te joelen. De meisjes blijven even staan en één met heel lang, zwart haar zwaait naar ons. Taro zet zijn handen aan zijn mond en roept: ‘Trixy! Kom je straks naar de markt?’ ‘Misschien wel!’ roept het meisje voordat ze onder luid gelach door haar vriendinnen wordt meegevoerd. Met een brede grijns draait Taro zich naar mij. ‘Dat is het mooiste meisje van het dorp!’

‘Echt niet!’ werpt Neil tegen, ‘Lyn is veel mooier!’ Er barst een discussie los over de verschillende meisjes en al snel verlies ik mijn concentratie. Ik heb toch geen flauw idee wie er bij welke naam of kleurrijke omschrijving hoort en eerlijk gezegd boeit het me voor geen meter. Veel liever oefen ik het zwaardvechten om een soldaat of wachter te worden!

Na de training gaan de jongens op weg naar de markt om de meisjes te ontmoeten. Ik blijf achter voor een privéles van meester Onaj. ‘Jammer man! We wilden je voorstellen,’ zegt Taro. Ik haal mijn schouders op en mompel: ‘Volgende keer beter.’ Het zou me  een worst wezen! Opgewonden loop ik over het trainingsveld naar meester Onaj die op mij staat te wachten. Ik grijns breed wanneer ik voor hem sta en met mijn hand op mijn hart een buiging maak.

‘Jacco-zoon, vandaag gaan we  de basisslagen nog eens oefenen.’ Meester Onaj drukt een houten zwaard in mijn handen en doet voor hoe ik moet staan. Hij corrigeert mijn greep en loopt om me heen om mijn houding te bestuderen. Wanneer hij tevreden is, gaat hij tegenover me staan. Ik spring zowat uit mijn vel van opwinding. ‘Houd je zwaard beschermend voor je en probeer mijn aanvallen te pareren,’ zegt mijn meester. Hij cirkelt langzaam om me heen en ik volg zijn bewegingen aandachtig.

Plotseling haalt meester Onaj uit en ik hef vlug mijn zwaard om de klap op te vangen. ‘Goed zo! Maar let op je voeten. Als je zo staat ben je gemakkelijk uit evenwicht te brengen.’ Ik zet mijn ene been naar achteren en krijg een glimlach als beloning. Dit is zo cool!

zeimusu_Swash_ornament

Op mijn volgende vrije middag komt Jill ons ophalen voor een bezoek aan een echte drakenridder! Ik stuiter om haar heen terwijl we de trappen in de burcht beklimmen. Nina babbelt wat over haar werk in de keuken, wat me behoorlijk saai lijkt, en ik vertel honderduit over mijn lessen van meester Onaj.

We houden halt bij een grote, houten deur en Jill klopt aan. Een grote man met rood haar opent de deur. Ik herinner me hem van de dag dat we naar Drägan Duma zijn gebracht, maar ik was vergeten hoe groot hij is. Wat een reus!

De reus gaat ons voor naar een ruimte die je kan beschrijven als een woonkamer. Ware het niet dat er aan één kant een muur mist en dat er op de rand van de opening een gigantische, zilverkleurige draak ligt. Nina fluistert iets tegen Jill, maar ik heb alleen oog voor de draak. Hij is schitterend! Op zijn driehoekige kop staan twee horens en wat een brede kaak! De lange, geschubde nek gaat over in een gespierd lijf. Vanuit de schouderbladen ontvouwen zich twee enorme vleugels. Zijn staart die soortgelijke stekels als in zijn nek heeft, zwiept langzaam heen en weer. Ik slik en hoop dat de draak niet net zoals een kat op het punt staat om aan te vallen. De schubben van de draak iriseren in het zonlicht en laten verschillende tinten zien, allen met een zilveren glans. Maar het meest opvallende zijn z’n ogen, smaragdgroen en eindeloos diep. Heel anders dan ik had verwacht van een reptiel. Wacht… Is een draak eigenlijk wel een reptiel? De draak knippert met zijn ogen en een doorzichtig vlies trekt over het oog voordat het dicht gaat.

‘Kom maar mee, dan stel ik jullie voor,’ klinkt de barse stem van de reus. Ik maak een sprongetje van schrik. Ik ga een echte draak ontmoeten!

Ik volg de reus tot vlakbij het enorme beest. Hij opent één van zijn ogen, heft zijn kop en gaapt zodat er een rij vlijmscherpe tanden zichtbaar wordt. Ik krimp in elkaar en hoop dat hij al gegeten heeft.  ‘Dit is Moradeth. Moradeth, dit zijn Jacco en Nina, vrienden van Jill.’ De zilveren draak draait zijn kop naar ons en ik steek mijn hand uit om zijn snuit te strelen. Niet bijten, alsjeblieft!

Maar Moradeth bijt helemaal niet. Dat geeft me moed en ik aai hem onder zijn kin. Hij lijkt het prettig te vinden, want hij maakt een laag, brommend geluid. Verrassend genoeg is zijn huid warm en voelen zijn schubben hard en zacht tegelijk. Een warmbloedig reptiel? Ik laat mijn handen over de lange nek glijden en bestudeer de vleugels. Er zit een dun vlies tussen de botten. ‘Kom op, knul. Ik heb verse honingkoeken gehaald,’ zegt de reus die Rune heet. Honingkoeken! Jammie!

De thee en koeken zijn heerlijk. Jill vertelt over de lessen die ze krijgt als dräganny… uhm… drakenridder in opleiding. Alles wat ze zegt klinkt waanzinnig interessant en ik wil er alles over weten. Geduldig beantwoordt Jill mijn vragen en ik ben nieuwsgierig naar de magietraining. ‘Kun je wat laten zien?’ vraag ik. Jill knikt en strekt haar arm met de handpalm naar voren. Even gloeit er een bolletje licht op, waarna er een schicht, zo vanaf haar handen, langs Moradeth naar buiten schiet. ‘Wauw! Nu de Armageddon!’ roep ik.

‘Dat lijkt me niet zo verstandig. De Armageddon is zo krachtig, dat Jill ons hele onderkomen opblaast,’ zegt Rune de reus. Hij kijkt me aan en zegt dan: ‘Drink je thee op, dan kan Jill buiten een demonstratie geven.’ Ik verslik me bijna in mijn haast om mijn beker leeg te drinken en huppel naar de deur. ‘Waar denk jij dat je naartoe gaat?’ vraagt Rune terwijl hij me vanonder zijn wenkbrauwen streng aankijkt.

‘Naar beneden, toch? We gingen toch naar buiten?’ stamel ik, niet zeker van wat ik verkeerd heb gedaan. Rune grijnst naar me en ik besef dat hij een grapje maakt. ‘Je bent op bezoek bij een Drägannymare! Wij hebben een heel andere manier van afdalen’. Hij wijst op Moradeth, die zijn staart naast zijn lichaam heeft gelegd. Wauw! We gaan op een draak vliegen! Deze dag wordt alsmaar beter! Nina mompelt iets, maar ik luister niet eens. Als eerste sta ik naast Moradeth en laat me door Rune de reus op zijn nek helpen. Onwennig schuifel ik wat tussen de nekstekels heen en weer. Die dingen zien eruit alsof je jezelf er gemakkelijk aan kan spiesen. Moradeth snuift en Rune roept: ‘Zit iedereen goed? Leun naar achteren en houd je vast!’ Ik houd de nekstekel voor me stevig vast en leun naar achteren. De draak laat zich zonder pardon van de richel vallen en mijn hart staat even stil. Ik schreeuw het uit terwijl we naar beneden tollen. Als Moradeth zijn vleugels spreidt, cirkelen we rustig naar beneden om te landen op een van de velden bij de burcht. Ik laat me van Moradeths nek glijden en sla mijn armen om zijn kop. ‘Dat was geweldig! Veel beter dan een achtbaan!’ De draak bromt en het geluid trilt door mijn lichaam. Achter me is Nina samen met de grote drakenridder in het gras gaan zitten. Snel voeg ik me bij hen en kijk verbaasd hoe Jill een groepje stropoppen volledig in stukken blaast. De donder rolt over het veld. ‘Dat was gaaf!’ schreeuw ik en voel me trots op mijn toegeëigende grote zus. Rune kijkt naar de zon en vertelt ons dat het tijd is voor het avondeten. Nu al? De tijd gaat waanzinnig snel op Drägan Duma! Voordat we gaan, heb ik nog wel een brandende vraag aan de draak: ‘Kun jij ook vuurspuwen, Moradeth? Dat doen draken toch?’ Moradeth tilt zijn kop op en ademt vervolgens een grote straal vuur uit. De hitte slaat in mijn gezicht. ‘Wow! Dat is nog gaver dan jouw Armageddon, Jill!’ roep ik. Ze glimlacht naar me en geeft me een aai over mijn bol. Ik sla mijn armen om haar heen en druk haar stevig tegen me aan.

zeimusu_Swash_ornament

In de weken die volgen heb ik het giga druk met de trainingen, lessen en het leren kennen van de jongens in mijn groep. Al snel ben ik bevriend met de meeste van hen, al vind ik Neil, Las en Camirio een stelletje uitslovers. Ze halen veel kattenkwaad uit en vinden het geweldig om mij of een van de anderen in de maling te nemen.

In mijn vrije tijd zit ik vaak op het hek achter de smidse te kijken naar de draken die overvliegen of magiërs die op de velden trainen. Of ik speel spelletjes met de jongens, al verlies ik best vaak omdat ik de regels nog niet zo goed ken.

Meester Onaj laat ons hard werken. Hij schudt vaak met zijn hoofd of gooit zijn handen in de lucht als ik me weer te onbesuisd ergens in stort. Gelukkig lukt het me ook vaak om hem aan het lachen te maken, dat scheelt me veel strafrondjes.

Op een middag ben ik in mijn eentje aan het trainen. Ik mag inmiddels met een echt zwaard vechten en weet zeker dat ik van trots alleen al tien centimeter ben gegroeid.

Geconcentreerd werk ik aan mijn slagen tot ik iets in mijn ooghoeken zie bewegen. Ik stop midden in een beweging en kijk om. Een blond meisje leunt nonchalant tegen het hek aan, haar blik op het veld. Vluchtig kijk ik om me heen, maar ik ben toch echt alleen. Ik steek mijn zwaard in de schede en loop nieuwsgierig naar haar toe. ‘Hé,’ zeg ik.

‘Hallo,’ zegt het meisje. Ze heeft een prettige, heldere stem. Haar lange haar hangt in een vlecht over één schouder. Ze is klein, slank en er is iets bijzonders met haar gezicht. Als ik beter kijk, valt het met op. Haar blauwe ogen staan schuin omhoog. Hierdoor lijkt ze op een elfje. Bestaan er elven op Drägan Duma? Ik besluit het gewoon te vragen.

‘Een elf? Wat is dat?’ Hmm, misschien is ze dan toch geen elf. Ik leg haar uit dat een elf een magisch wezentje is met schuine ogen, puntoren en vleugels. Haar lach klinkt als het klateren van een beekje, een verrassend aangenaam geluid moet ik bekennen. ‘Geen puntoren en geen vleugels,’ zegt ze giechelend. Waarom giechelen meisjes altijd zoveel? Snappen ze niet hoe irritant dat is? ‘Ik heet Lyn.’

‘Ik ben Jacco.’

‘Hoi Jacco,’ zegt Lyn en giechelt opnieuw. Ik frons mijn wenkbrauwen en schop met de punt van mijn laars tegen het hek. Geen idee wat ik nu moet zeggen. Lyn blijft me aanstaren en dat is behoorlijk vervelend. Kan ze niet gewoon iets anders gaan doen?

‘Nou, leuk om je te ontmoeten. Ik moet weer verder met mijn training,’ zeg ik dan maar.

‘Oké. Ik blijf wel kijken.’ Serieus? Waarom zou een meisje nou naar een zwaardtraining willen kijken? Moet ze niet iets met poppen doen of kleding of zo. Halfslachtig zeg ik gedag en draai me mopperend om. Haar ogen branden een gat in mijn rug. Ik hoop dat ze er snel genoeg van krijgt en ergens anders heen gaat. Dan kan ik tenminste zonder afleiding trainen.

Maar Lyn gaat helemaal nergens heen. Ze blijft tijdens al mijn oefeningen tegen het hek aangeleund staan. Wat een rare meid. Ik probeer zo min mogelijk op haar te letten en uiteindelijk lukt het me om haar te vergeten. Na mijn oefeningen buig ik voorover om met mijn handen op mijn knieën uit te rusten. Ik schrik op van overdreven geklap. Ze is er nog steeds! Geschrokken vraag ik me af of haar applaus sarcastisch bedoelt is. Zo slecht ben ik echt niet! Ik besluit haar te negeren en loop naar de kleedkamers om me te wassen en om te kleden.

Wanneer ik aarzelend mijn hoofd naar buiten steek, is Lyn verdwenen. Opgelucht laat ik mijn adem ontsnappen en wandel op mijn gemak naar de burcht voor het avondeten.

zeimusu_Swash_ornament

De grote man met de warrige baard stelt zich voor als Bardosh. Vandaag hebben we voor het eerst les in woudlopen. Ik heb geen idee wat het inhoudt, maar het klinkt ontzettend spannend!

Bardosh gaat ons voor en we lopen vol verwachting achter hem aan. Tot hij stilstaat en ons verschillende planten en paddenstoelen begint aan te wijzen. Hè? Is dit het? Bardosh vertelt over de kenmerken, toepassingen en groeigewoonten van alle vegetatie die we tegenkomen. Prikkelkruid, waar je vanaf moet blijven. De byodistruik met vreemde, roodbruine bladeren en eetbare noten. Draszaad, waar sommige broden van worden gemaakt.

We worden van de ene naar de andere plant of struik geleid en Bardosh neuzelt door. Ik verlies mijn belangstelling echter al snel en hoor alleen nog “eetbaar” en “niet eetbaar” terwijl ik geïnteresseerd naar een blauw vogeltje kijk. Het beestje heeft een grappige kuif en hipt van tak naar tak. Tussen de takken door schijnt de zon op de regendruppels die in een spinnenweb zijn blijven hangen. Een grote, oranje vlinder raakt in het web verstrikt, maar weet zich los te trekken voordat de spin bij haar is.

‘Jacco!’

Geschrokken kijk ik om. De groep is verder dan ik had verwacht en ik haal ze met een drafje in. Bardosh fronst naar me met zwarte, borstelige wenkbrauwen en ik glimlach verontschuldigend. Raktor stoot mij met zijn elleboog aan en grinnikt. Gelukkig krijg ik niet op mijn kop, maar gaat hij verder met zijn uitleg over een stel onsmakelijk uitziende zwammen die uit de stam van een oude boom groeien.

zeimusu_Swash_ornament

Ik span net mijn boog aan als er een oorverdovend gebrul losbreekt. Van schrik laat ik de pijl die ik in de keep heb gezet los. Gelukkig belandt deze in de bosjes zonder iemand te bezeren.

‘Naar de schuur!’ schreeuwt meester Onaj. Nu weet ik zeker dat er iets mis is, want ik heb meester Onaj nog nooit horen schreeuwen. Zelfs niet toen ik per ongeluk zijn favoriete beker omstootte. Ik zwaai mijn pijlenkoker op mijn rug en ren achter de rest aan naar de schuur waar meester Onaj de voorraden bewaard. Ondertussen is het lawaai boven onze hoofden haast ondragelijk geworden. Ik wist niet dat er zoveel draken waren! Ze brullen, grauwen en slaan woest met hun vleugels. Camirio staat woest bij de ingang te gebaren dat ik op moet schieten. Hijgend glip ik naar binnen en Cam smijt de deur met een klap in het slot. ‘W… waar is de rest?’ stamel ik.

‘Hierheen Jacco!’ In het halfduister kan ik nog net meester Onaj onderscheiden en ik loop samen met Cam naar hem toe.

‘Pas op! Hier naar beneden.’ Meester Onaj houdt een luik open en gebaart ons de trap af te gaan. Beneden komen we in een benauwd kamertje terecht. Een schuilkelder! Wat gaaf! Ik prop me tussen Raktor en Taro in op de smalle houten bank die aan de muur bevestigd is.

‘Auw! Jacco, je prikt bijna mijn ogen uit met die boog!’

‘Sorry Tar,’ mompel ik en berg mijn boog in de koker op die ik tussen mijn knieën geklemd heb. Meester Onaj vraagt om stilte en legt uit dat er een alarm is afgegeven omdat er een gevecht met Morbiden is uitgebroken. Meteen zie ik de enge wezens met hun scherpe tanden en puntoren voor me. Een rilling loopt over mijn rug.

‘Trekken de Drägannymarai nu ten strijde, meester?’ vraagt Las.

‘Ja, zij en de draken zullen ons beschermen. Als het nodig is worden ook magiërs en voetsoldaten ingezet.’

‘Maar alleen de drakenridders met draken toch meester?’ vraag ik angstig. Ik moet er niet aan denken dat Jill in een gevecht terecht komt!

‘De Drägannymarai in opleiding nemen geen deel aan dit gevecht,’ stelt meester Onaj mij gerust. Ik laat opgelucht mijn adem ontsnappen. Jill is veilig.

‘Wat is de taak van de voetsoldaten, meester?’ vraagt Camirio en ik spits gelijk mijn oren. Voetsoldaat, dat klinkt stoer! Meester Onaj legt uit dat de voetsoldaten de grondtroepen van Drägan Duma zijn. Zij bevechten de Morbiden samen met de magiërs terwijl de draken en drakenridders zich op de Scaleless concentreren. Alleen de beste van ons worden voetsoldaat in plaats van wachter en ik neem me direct voor om nog meer mijn best te doen bij de trainingen.

Gelukkig keert de rust snel terug in het dorp. Een aantal ridders zijn gewond, waaronder Rune, maar het is niet ernstig. Wel wordt er gepraat over slachtoffers buiten Dragon Stone en zelfs in de Buitenwereld! Dat zorgt voor een angstig gemompel onder de dorpsbewoners.

Toch verloopt het leven al snel weer als vanouds. Ik raak steeds meer bevriend met de jongens uit mijn groep en word steeds beter met zwaardvechten.

zeimusu_Swash_ornament

Op een middag komt Nina me van de training halen omdat Jill gewond is geraakt.

‘Gewond? Hoe dan?’ vraag ik geschrokken.

‘Een oefengevecht dat uit de hand is gelopen. Ze is bewusteloos geraakt.’ Ik begrijp er niks van, maar stel verder geen vragen.

Op de gang naar de ziekenzaal in de Drakenburght worden we bijna onder de voet gelopen door een briesende Virola. Even vraag ik me verward af wat ze hier doet. Zou ze ook bij Jill op bezoek zijn geweest? Maar ze mogen elkaar niet eens!

Bij de ziekenzaal aangekomen, vergeet ik te kloppen en storm naar binnen. ‘Jill! Je bent wakker! Hoe voel je je?’ roep ik en spring op het voeteneind van het bed.

‘Jacco! Doe nou eens rustig. Jill is gewond, hoor!’ zegt Nina streng. Maar Jill glimlacht naar me. ‘Het valt wel mee. Dankzij Tara ben ik er zo weer bovenop.’ Gelukkig!

‘Hé, wat kwam Virola hier eigenlijk doen?’ vraag ik en neem een appel van het dienblad op Jills schoot.

‘Ze kwam míjn ontbijt brengen.’

‘O, ja? Ze is nogal boos op mij’, zeg ik, kauwend op de appel.

Jill kijkt me vragend aan. ‘Op jou? Waarom is ze nou weer boos op jou?’

Op het moment dat ik antwoord wil geven, stik ik in een stukje appel. Ik begin te hoesten en Nina slaat me op mijn rug tot ik het kwijt ben. ‘Weet je nog dat we snel onze spullen moesten pakken voor we naar Drägan Duma werden gebracht? Nou, we zijn toen een beetje vergeten om ook spullen voor Virola te pakken in de chaos en zo. En omdat Jacco zijn tas na het strand nog niet had uitgepakt, is haar blauwe handdoek het enige wat ze heeft,’ zegt Nina tegen Jill die zich vervolgens in een hap muesli verslikt. Nina klopt ook op haar rug en ik pik een broodje. Het is toch bijna lunchtijd.

zeimusu_Swash_ornament

Samen met Taro, Raktor en Duno loop ik over de markt. Een keer in de zeven dagen krijgen we een kleine hoeveelheid weekgeld dat werkelijk een gat in onze zakken brandt. Verlekkerd kijken we naar de nieuwe, glanzende zwaarden die achter de smid staan uitgestald. Waarschijnlijk moeten we daar bijna een jaar voor sparen, maar dromen is altijd fijn. ‘Ooit wil ik dat zwaard met die groene edelsteen in de knop,’ wijst Taro. Ik knik beamend, dat zwaard is zeker de mooiste dat erbij zit. Een groepje voetsoldaten marcheert voorbij. In plaats van hun lederen borstkurassen, dragen ze allemaal een prachtige riddercape. Ze zien er ontzettend indrukwekkend uit. Als helden!

Duno, die altijd honger heeft, sleurt ons mee naar de tent met honingkoeken. We kopen alle vier een koek en een beker limonade en ploffen neer op het bankje aan het plein. Kijkend naar de mensen die langslopen, geniet ik van onze vrije middag. Normaal ga ik met Jill en Nina thee drinken bij de reus Rune, maar een keer met de jongens weg is ook weleens leuk.

Raktor geeft me een por en wijst opgewonden naar de fontein. Verstoord omdat ik mijn halve beker limonade heb gemorst kijk ik op. Nee hè! Bij de fontein staat een groep meisjes te smoezen en te giechelen. Ze hebben ons duidelijk gezien, maar doen alsof we er niet zijn. Ik herken Lyn en haar irritante vriendin Trixy meteen. De jongens stoten elkaar aan en lachen als één van de meisjes verlegen wuift. Duno wenkt enthousiast. Ik begrijp er niks van. Oh, oh! Ze komen hierheen! Ik richt mijn aandacht op mijn koek en negeer de giechelende kudde wanneer ze voor ons bankje blijven staan. Taro begint vrolijk tegen Trixy te babbelen en de rest van de meisjes richten zich op Raktor en Duno. Behalve…

‘Hallo Jacco.’

Lyn.

Ik kijk met tegenzin op en mompel iets van “hallo”, al klinkt het meer als “ga weg”. Tot mijn afgrijzen gaat ze naast me op het bankje zitten. Met vier jongens was er al niet veel ruimte, maar nu zitten we helemaal krap. Lyn zit tegen me aan gedrukt en glimlacht naar me. Ik probeer iets op te schuiven, maar dat blijkt onmogelijk. Fijn.

Lyn zwijgt als ze volkomen tevreden naast me zit. Ik word daar zo bloednerveus van dat ik eruit flap: ‘Ik word een voetsoldaat.’ Ik heb werkelijk geen flauw idee waar dat vandaan kwam en voel een blos opkomen als Lyn haar hand voor haar mond slaat en begint te giechelen. Beledigd wil ik haar vragen of zij soms denkt dat ik niet goed genoeg ben maar zegt dan: ‘Het zou me verbazen als dat niet zo was. Je bent de beste zwaardvechter van allemaal.’ O ja? Verbaasd staar ik haar aan tot ze een vinger onder mijn kin legt en ik merk dat mijn mond nog openstaat.

‘Lyn, kom je?’

‘Ik moet gaan, ik zie je later wel weer.’ Ze zwaait naar me als ze met de rest van de kudde meeloopt en ik zwaai terug, de plaagstootjes van mijn vrienden negerend.

zeimusu_Swash_ornament

Vreemd genoeg is het elfachtige meisje de volgende dagen veel in mijn gedachten. Tijdens de trainingen kan ik me heel goed concentreren. Maar bij de lunch, het avondeten of vlak voordat ik in slaap val, spookt ze door mijn hoofd als een irritant liedje dat je maar niet kan vergeten. Zie je wel dat meisjes vervelend zijn!

Tot overmaat van ramp hebben de jongens de rest van de groep op de hoogte gebracht dat Lyn naast mij is gaan zitten.

‘Je had het moeten zien! Ze ging zowat op zijn schoot zitten man!’

En bedankt Duno…

Wat natuurlijk betekent dat ik vanaf die dag het lijdend voorwerp ben van allerlei pesterijtjes van Las, Camirio en Neil. Ik begrijp de helft niet, maar vervelend is het wel.

Gelukkig hebben we twee weken trainingskamp. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat trainen we voor de testen. Die zijn heel belangrijk omdat ze een indicatie geven of je geschikt bent om voetsoldaat te worden. Ik train harder dan ooit, sta ’s morgens als eerste op het veld en ga als laatste naar bed.

Na de eerste dagen blijkt dat Duno het niet gaat halen. Zijn conditie is niet goed genoeg. Ook Neil haalt de tweede ronde niet doordat hij zich bij een oefengevecht heeft laten ontwapenen. Bij de laatste ronde valt Las af omdat hij niet gedisciplineerd is of zoiets.

We zijn nog maar met zijn vieren over, maar dat duurt niet lang. Vanuit de omliggende dorpen komen nieuwe jongens aan die daar hun testen hebben gehaald. Uiteindelijk zijn we met een groep van twaalf en ik kan wel juichen omdat ik erbij zit. Ik word opgeleid tot voetsoldaat!

zeimusu_Swash_ornament

Ik wandel net door de deuren van de burcht naar buiten als ik staande word gehouden door Rune. De reus vertelt me dat Jill tijdens haar proef in het bos is overvallen door Morbiden! Het bloed trekt uit mijn gezicht.

‘Is alles goed met haar?’

‘Jawel, ze moet alleen goed uitrusten. Ze zal snel weer de oude zijn.’

De reus geeft me een klap op mijn schouder waardoor mijn knieën knikken en loopt dan naar zijn draak die in de tussentijd op het plein is geland. Ik maak rechtsomkeert en ga op zoek naar Nina. Als ik haar in de gang voor de keuken tegenkom, blijkt ze het al gehoord te hebben en heeft ze zelfs Jill al gezien. ‘Jill is in de grote eetzaal in gesprek met de leiders. We zullen haar ongetwijfeld morgen zien.’

Maar Nina heeft het mis. Na twee dagen onzekerheid komt Jill ons pas opzoeken en ik ben eerlijk gezegd best boos op haar. Maar mijn boosheid verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer ze vertelt over haar gevecht met de Morbiden. Bewonderend kijk ik haar aan, ze wordt een echte superheld met haar magische krachten! Hoewel ik doodsbang ben voor de Morbiden, kan ik tegelijkertijd ook niet wachten om er een in de pan te hakken!

Nina vertelt op haar beurt dat ze heeft gehoord dat de wachten zijn verdubbeld en dat men bang is voor een grote aanval op het dorp. Ze zegt ook dat de mensen fluisteren over Jill, omdat ze de machtigste magische vaardigheid heeft die er bestaat. Ik kijk daar niet zo van op, ik weet allang dat Jill bijzonder is. We lopen met z’n drieën naar de markt.

Nina koopt een paar kippasteitjes en ik lach hardop omdat Jill geen idee heeft van de waarde van het geld. Het kleine, koperen muntje met acht hoeken wordt een Soldaatje genoemd. Het iets grotere muntje, ook van koper maar dan rond, is een Toren en is vijf Soldaatjes waard. De grote, gouden munt in de vorm van een vijfhoek heet een Ridder en is twee Torens waard. De laatste munt is van zilver, de Draak, en die heeft dezelfde waarde als vijf gouden Ridders. Het is grappig om te zien hoe Jill de muntjes nieuwsgierig bekijkt. Ik wist niet dat de drakenridders in opleiding geen zakgeld krijgen.

Als we later in Nina’s kamer zitten, vraagt Nina ineens: ‘Wie was die jongen waar jij naast zat aan de eettafel?’ Nieuwsgierig kijk ik naar Jill. Haar wangen worden rood.

‘Dat is Skylar. Hij is de lesgenoot met wie ik tegen de Morbiden heb gevochten in het bos’, zegt ze blozend.

‘Is hij je vriendje?’ vraag ik.

Jill wordt nog roder en schudt driftig haar hoofd. ‘Nee, joh, we zijn gewoon vrienden.’ Ja, ja.

‘Hij is wel heel erg knap,’ zegt Nina. Bah!

Ik rol met mijn ogen. ‘O, nee! Geen zwijmelende meidenpraat alsjeblieft!’ Jill en Nina moeten lachen en ik haal opgelucht adem.

‘Hoe gaat het in de keuken, Nina? Mag je al gerechten klaarmaken?’ vraagt Jill. Ik wil antwoord geven, want ik weet dat Avoxta, Nina vaak laat bakken, maar Nina is me voor: ‘Het brood dat jullie gisteren bij de maaltijd hebben gegeten, heb ik gebakken.’ Vervolgens begint ze enthousiast te kletsen over de ingrediënten en het bakproces van brood. Het is een slaapverwekkend verhaal en ik geeuw overdreven terwijl ik me achterover op het bed laat zakken. Jill geeft me zo’n harde zet dat ik mijn evenwicht verlies en op de grond terecht kom. Vervolgens word ik nog uitgelachen ook! Mooie boel!

 zeimusu_Swash_ornament

‘Pssst!’

Ik kijk op van mijn zwaard dat ik onder een grote boom op het veld zit te poetsen. Ik zie niemand, maar dan trekt een lok, blond haar mijn aandacht. Nieuwsgierig loop ik op de struik aan de rand van het bos af.

Lyn staat achter de struik verborgen en ik staar haar verbaasd aan. ‘Wat doe jij nou hier?’

‘Ssst! Niet zo hard! Kom.’

Het wordt al donker en dat betekent dat het bijna tijd is om naar bed te gaan. Maar Lyn heeft me nieuwsgierig gemaakt. Even kijk ik achterom naar de jongens die druk met hun wapens bezig zijn en glip dan achter Lyn het struikgewas in.

Het elfachtige meisje loopt een stuk sneller dan ik had verwacht en ik moet bijna rennen om haar bij te houden. ‘Waar gaan we naartoe?’ vraag ik.

‘Dat zul je snel genoeg zien.’ Het zal wel.            

Lyn loopt door tot we aan de rand van het bos vlakbij het plein voor de Burcht uitkomen. Daar houdt ze stil en gluurt tussen de takken door voordat ze zich tot mij richt.

‘Ik wil je iets laten zien, maar je moet beloven om heel stil te zijn. En je moet ook zweren dat je dit nooit tegen iemand zal vertellen!’ Zelfs voor een meisje is Lyn soms heel raar. Maar ik ben zo nieuwsgierig dat ik knik. Lyn schudt haar hoofd. ‘Niet goed genoeg. Je moet het echt zweren!’

‘Oké, ik zweer plechtig dat ik stil zal zijn en er met niemand over zal praten,’ beloof ik. Lyn lijkt tevreden en draait zich weer om naar het plein. Dan grijpt ze plotseling mijn hand en trekt me mee. We rennen langs de bosrand naar de zijkant van de Drakenburcht en houden stil voor een deur die ik niet eerder heb gezien. Lyn haalt een sleutel uit de zak van haar schort en opent de deur. Het blijkt een dienstingang te zijn en ik vraag me af waar Lyn de sleutel vandaan heeft.

‘Hierheen,’ fluistert ze voordat ik het kan vragen. Ze sleurt me door een doolhof van gangetjes die schaars verlicht worden door de fakkels aan de muren. Haar hand is warm en ik vind het vreemd genoeg niet eens zo heel erg vervelend dat ze me vasthoudt. Het geeft me vreemde kriebels in mijn buik. Plotseling staat ze stil en kantelt haar hoofd alsof ze ingespannen luistert. Ik houd me zo stil mogelijk, al stuiter ik inwendig van opwinding. Waar neemt Lyn me mee naartoe? Wat is haar grote geheim?

Ze kijkt me aan en legt een vinger tegen haar lippen. Ik knik dat ik het begrepen heb en sluip achter haar aan als ze weer in beweging komt.

In een grote, ovale ruimte duikt Lyn direct achter een brede, stenen pilaar, en trekt mij met zich mee. Vanachter de pilaar gluur ik de ruimte in en snak hoorbaar naar adem wat me op een elleboogstoot van Lyn komt te staan. Ik kan mijn ogen niet geloven. Voor ons liggen reusachtige eieren in het zand. Drakeneieren!

Starend naar de eieren en luisterend naar het fluisterende gebabbel van Lyn, raak ik elk gevoel van tijd kwijt. Achter de pilaar zitten we met onze ruggen tegen de stenen wand. Wat zou het geweldig zijn om een drakenridder te worden! Met je eigen draak vechten tegen de vijand. Plotseling klinkt er rumoer in de ruimte en Lyn houdt geschrokken haar mond. Een enorme schaduw valt over de eieren heen en de grond trilt. Romandaleth, de moeder, komt de ruimte binnen. Haar zwarte kop zwaait onrustig heen en weer. Met wijd opengesperde neusgaten en rollende ogen is ze duidelijk op zoek naar ons, de indringers die het wagen haar nest te verstoren. Het zweet breekt me uit, wat nou als ze ons vindt?

Maar dan beginnen een aantal eieren heftig te schudden en focust Romandaleth al haar aandacht daarop. Ze slaakt een keiharde brul zodat ik mijn handen over mijn oren moet slaan. Gelijk wordt haar kreet beantwoord door de draken buiten de burcht. Angstig kruip ik verder achter de pilaar met een trillende Lyn naast me. Misschien is dit toch niet zo’n goed idee.

De leidster van de clan komt de ruimte binnen rennen en heft haar handen om de gigantische draak te kalmeren. Ze moet wel heel moedig zijn. Ik zou nooit van mijn leven op die manier naar een woeste draak rennen! Zeker niet eentje die zo groot is als Romandaleth en je in één hap kan opeten. Maar ondanks de rook uit haar neusgaten kringelt, doet ze niets.

Ik stoot Lyn aan, nu de leidster en de draak zijn afgeleid is dit het moment om de benen te nemen. Het blonde meisje knikt, haar ogen zijn nog groter dan normaal en haar gezicht ziet krijtwit. Maar op het moment dat we besluiten naar de uitgang te sluipen, vult de ruimte zich van alle kanten met ridders. Wat is er aan de hand?

Een opgewonden gemompel vult de kamer en er hangt een afwachtende sfeer. Verbouwereerd kijk ik naar Lyn, die op haar onderlip bijt en haar schouders ophaalt. Zij heeft ook geen idee. Voordat ik kan bedenken wat we moeten doen, komen er nog meer mensen binnen. Romandaleth heft haar kop en schiet een steekvlam over hen heen. Iedereen kan nog net op tijd bukken. De leidster spreekt de draak vermanend toe terwijl het groepje aarzelend aan de rand van het zand blijft staan.

Hé! Daar staat Jill! Wat doet zij nou hier? Zijn alle kandidaten hier? Maar dat moet betekenen…

De heftig heen en weer schommelende eieren bevestigen mijn vermoeden. De eieren komen uit!

Barstjes verschijnen her en der in het gladde oppervlak van de eieren tot de eerste met een luid gekraak openbarst. Het geroezemoes neemt toe als het eerste draakje, dat meer wegheeft van een grote, verfomfaaide hagendis met vleugels, wiebelig gaat staan. Ik heb nog nooit zoiets prachtigs gezien! Het draakje loopt naar een kandidaat en bromt klagend. Opeens breken meerdere eieren en is het midden van de ruimte al snel gevuld met strompelende draakjes die op zoek gaan naar een kandidaat. Ik houd mijn vingers gekruist voor Jill. Zij krijgt natuurlijk een draakje, ze is de beste van allemaal! Maar het duurt wel lang.

Mijn hart klopt voelbaar sneller wanneer één van de grootste eieren openbarst. Er kruipt een zwart draakje met een merkwaardige zilverglans uit. Bijna tegelijkertijd barst ook het andere grote ei open en ook daar komt een zwart draakje uit. Maar mijn aandacht is gevestigd op het draakje met de zilveren glans, haar paarse ogen zijn doelgericht op Jill gevestigd. Ze gaat voor haar kiezen, ik weet het zeker! Ik moet al mijn zelfbeheersing aanroepen om niet op te springen en te juichen. Maar dan wordt het draakje de pas afgesneden door die hoogmoedige, blonde trien van wie ik de naam maar niet kan onthouden. Ze zit Jill altijd dwars en dat maakt me boos. Jordian spreekt haar streng toe waardoor het draakje verder richting Jill kan lopen.

De tranen schieten in mijn ogen als Jill zich op haar knieën laat vallen en haar armen om de nek van de babydraak slaat. Jill is een drakenridder!

ornament

copyrightPatty van Delft

 

Advertenties