Hier beantwoord ik zo goed mogelijk de vragen van mijn nieuwsbrieflezers. 🙂
Hoe kom je op een idee?
Bij mij komen de ideeën voor verhalen vaak spontaan in me op.
Eigenlijk begint het altijd met 1 scène. Bij Drägan Duma was dat de scène waarin Jill wakker wordt, uit het raam kijkt en een draak op het veldje voor haar huis ziet staan. Bij Terras Altas was het de scène waarin het luchtschip neerstort in het Laagland. Ik heb heel veel van dat soort scènes in mijn hoofd, maar niet alle ideeën werk ik uit in een verhaal. Ik ga er dus niet gelijk mee aan de slag, ik laat het eerst even sudderen.
Alleen een idee die me niet loslaat en een scène die steeds meer wordt uitgebreid, schrijf ik op. Dan ga ik erover dagdromen. Er zijn altijd wel momenten op een dag of week dat je even niks te doen hebt. Neem bijvoorbeeld het moment vlak voordat je in slaap valt. Dat is een moment dat ik bezig ben met een verhaal. Ik reis naar die wereld toe, zie het voor me en beleef het avontuur met de hoofdpersonages mee. Dan, wanneer ik tijd heb om achter de laptop te kruipen, heb ik vaak al één of meerdere scènes om uit te werken of soms een losse zin of uitspraak die ik graag wil gebruiken.
Tijdens het schrijven komen er vanzelf nieuwe scènes, personages en stukjes wereld bij. Soms gaan mijn gedachten zo snel dat mijn vingers het niet bij kunnen houden en dan kfgejerdbvdj.
Gelukkig weet ik wel wat ik bedoel en kan ik de zinnen uiteindelijk wel leesbaar krijgen. Als er teveel van dat soort onleesbare teksten verschijnen, weet ik dat het tijd wordt om te stoppen voor die dag!
Inspiratie haal ik eigenlijk overal uit. Gesprekken die ik om me heen hoor, gebeurtenissen uit het nieuws, dingen die ik zelf meemaak, boeken, gevechtschoreografie uit series en games, namen die ik voorbij zie komen, inspiratie is eigenlijk eindeloos!








